|
energiebehoefte en ouder dier heeft minder energie nodig omdat het minder activiteit levert en omdat het metabolisme (de inwendige activiteit) lager wordt.
eiwitbehoefte
bij het oudere dier neemt het mager lichaamsweefsel af en komt vet in de plaats van spierweefsel. De veranderingen in de eiwitstofwisseling en de veranderingen in de snelheid van de eiwitaanmaak kunnen ertoe leiden dat een oud huisdier anders op ziekten en stress reageert. In tegenstelling van wat vaak gedacht word is beperking van de eiwitopname bij de senior onnodig, voldoende opname van eiwitten en energie is nodig om het mager lichaamsweefsel, de eiwitaanmaak en de immuunfunktie(afweer) op peil te houden. Vooral is van belang de kwaliteit van de eiwitten te waarborgen zodat deze goed opgenomen en benut worden.
vetten
vetten maken voedsel smakelijk, verhogen de opnamen van vit A, D, E en K en voorzien in de behoefte aan essentiele vetzuren. Een relatief laag vetgehalte helpt vetzucht te voorkomen, tevens helpen bepaalde vetzuren om ontstekingsreakties te voorkomen en de immuniteit te verhogen.
vezels
de passagetijd van voedsel in de darmen neemt af met het ouder worden, dit leidt vooral bij katten vaker tot obstipatie. Verhoging van het vezelgehalte van het voer doet de passagetijd toenemen en verlaagt het glucosegehalte in het bloed na de maaltijd. Dit is voor de senior van belang omdat hij/zij minder goed hoge glucosegehalten in het bloed kan verdragen (risico suikerziekte).
calcium, natrium, fosfor, vitaminen
deze dienen in de juiste verhouding aanwezig te zijn en door een goede verteerbaarheid van het voer goed benut te worden. Dit is ook voor jongere dieren van belang.
|